De Friezen

In 2010 verhuisde Flip van Doorn naar de provincie die zijn grootvader om economische redenen – en met gepaste tegenzin – tachtig jaar eerder had moeten verlaten. Sindsdien probeert hij te begrijpen waar hij terechtgekomen is. Op zoek naar antwoorden maakte hij elf tochten door het land van de Friezen en ver daarbuiten en verschafte hij zich een inkijkje in dat buitengewone stukje Nederland dat officieel Fryslân heet en dat behalve een eigen vlag, taal en volkslied ook een eigen geschiedenis heeft.

Mijn Friese overgrootmoeder

Twaalf was ik toen mijn Friese grootvader mij en mijn broer kennis liet maken met zijn Heitelân. We reisden met de trein naar Leeuwarden, waar we het Fries Museum zouden bezoeken. Eerst wilde opa ons echter het standbeeld van zijn moeder laten zien.

Een ochtend lang dacht ik dat mijn overgrootmoeder zo beroemd was dat de Friezen haar eerden met een bronzen beeld in hun hoofdstad. Het bleek te gaan om een koe die ze liefkozend ‘onze moeder’ noemen: Us Mem.

Het middelpunt van Friesland

Het middelpunt van de wereld ligt op zeven hanenpassen van de boterkleurige toren van Eagum en wie dat niet wil geloven mag het nameten.

Ervan uitgaande dat Friesland het middelpunt van de wereld is, moet dit dan ook het hart van Friesland zijn.

De Friezenkerk in Rome

In Rome hebben de Friezen sinds het jaar 799 een eigen kerk, ooit gesticht door Karel de Grote als blijk van dank voor de beslissende rol die de Friezen speelden bij de herovering van Rome.

Met 221 kloostermoppen, afkomstig uit Friese kerken en kloosters, is in een zijkapel van de Friezenkerk een muur opgemetseld. Nog eens 304 Alde Friezen liggen opgeslagen in een archiefkast.

De Halligen

De bewoners van de Halligen wonen op terpen, zoals duizend jaar geleden in het hele Friese kustgebied gebruikelijk was

Aan de Duitse Waddenkust leven zij met de seizoenen en de getijden. Elke winter loopt hun land een aantal keer onder en trekken ze zich terug op hun woonterpen.

Wolk

Het schilderij op het omslag van De Friezen is van de hand van kunstenaar René Tweehuysen uit Oudebildtzijl. Het is gemaakt op de plek waar land en water elkaar ontmoeten, in de buitendijkse kwelders bij Wierum. De titel is: Wierum, wolk boven aangevreten land. Kijk voor meer werk van René Tweehuysen op zijn website.

lees hier een fragment:

De Friezen, dat is algemeen bekend, zeggen ‘it kin net’ als het net níet kan. Ze bedrukken onderbroeken, klompen en mestwagens met het motief van hun vlag. Hoewel ze het op prijs stellen dat je hun taal leert spreken, corrigeren ze elke kleine uitglijder die je maakt in de onmogelijke uitspraak ervan. Lezen zij ondertussen zelfs maar hun boodschappenlijstje voor, dan klinkt dat als pure poëzie. Ze bekwamen zich in sporten die elders door vrijwel niemand nog worden beoefend. Ze noemen hun dochters Goaitske, Doutzen of Fardau, hun zoons Adze, Tsjibbe of Oene-Tjeerd. Ze geven je een half brood als je om een heel brood vraagt. Ze slapen allemaal in een tweepersoonsbed – zodat ze ook ’s nachts dwars kunnen liggen. Hun alfabet telt vierentwintig letters. Ze stemmen op hun Nasjonale Partij, maar die streeft geen Friese autonomie na. Ze kunnen schaatsen voordat ze leren lopen. Ze vinden dat ze in het beste land van de aarde wonen en bedoelen daarmee niet Nederland. Ze verstoppen de heerlijkste lekkernijen achter cryptische namen als drabbelkoek, keallepoat, dúmkes of sûkerlatten. Ze herdenken nog elk jaar een gewonnen veldslag tegen de Hollanders – die in 1345 plaatsvond. Ze zetten een tent op, een bierpomp erin en noemen dat een feest. Ze vinden zelf dat ze volslagen normaal zijn en dat alle anderen afwijken, vooral die van een dorp verderop. Ze roepen hardop ‘Heitelân!’ als ze Friesland uit zijn geweest en op de terugweg de provinciegrens weer passeren, ook wanneer dat op de dagelijkse rit van het werk naar huis is. Ze praten allemaal Fries, maar op de klei toch weer anders dan op het zand of in de wouden, en in de steden eigenlijk nauwelijks, en op Het Bildt, in de Stellingwerven en in Hindeloopen al helemaal niet. Voor de buitenwacht lijken ze een samenhangend, zelfs hecht volk te vormen, maar onderling zijn ze zo verschrikkelijk verschillend dat nauwelijks met goed fatsoen over ‘de Friezen’ te spreken valt.