Containermeuk

Ik trek een brok piepschuim tussen zeekraal en kweldergras vandaan. Verpakkingsmateriaal, afgebroken van een groter stuk dat tijdens het transport een voorwerp moest beschermen. Dat laatste is niet gelukt, maar daar kan het piepschuim weinig aan doen. Misschien zat de ijskast er wel in verpakt waarvan ik luttele meters verder een deur opraap. De deur is te groot voor de vuilniszak die inmiddels bijna helemaal vol zit met stukken piepschuim, lappen ander verpakkingsspul, een stuk of twintig gloeilampen, zo’n bakje waarin je ijsblokjes kunt maken, een linkerschoen – damesmodel, maat 39 – plastic verpakkingen met daarin vacuümzakjes, nog meer piepschuim, een plastic slipper.

Tegen een rijsdam aan de rand van de kwelder dobberen twee gloeilampen, type led, als losgeslagen boeien van een heel klein vaargeultje. Ik pluk ze tussen het bruinige schuim vandaan, houd ze omhoog, en vraag me af waar ik naar kijk.

Ik begin zelden of nooit een artikel met ‘ik.’ Zelfs voor een zin bedenk ik doorgaans een meer charmante, minder egocentrische constructie. Zelden of nooit stel ik mijzelf meteen al te nadrukkelijk op de voorgrond. Vandaag is het anders.

Ik kijk naar het mat-witte plastic van de lampen en zie mijn eigen spilzucht erin weerspiegeld.

Ik kijk naar het mat-witte plastic van de lampen en zie mijn eigen spilzucht erin weerspiegeld. Ik ben mede-verantwoordelijk voor deze rotzooi. Dat ik hier tot over mijn enkels in de blubber wegzak, slijkspetters op mijn kleren, is niet meer dan terecht. Ik consumeer, ik bestel spullen online, ik heb een ijskast, dus ook ik heb deze bende veroorzaakt. En dan spreekt het voor zich dat ik meehelp met opruimen.

Even verderop loopt mijn jongste zoon. Hij ziet het houten krukje dat ik uit een vloedgeul trek. Om de zitting is met nietjes een pluizig omhulsel bevestigd dat eruit moet zien als schapenvacht. Een verdronken schaap. Ook als het niet doorweekt was zou ik er geen stuiver voor geven, maar zoonlief vindt het wel mooi voor op zijn kamer. We kunnen het laten drogen, stelt hij voor, en de modder eraf poetsen. Ik glimlach terug, wetend dat zijn moeder dat nooit goed gaat vinden.

Zijn moeder loopt honderd meter verder met onze oudste zoon en hun volle vuilniszakken terug naar de dijk. In de verte komt een goede vriendin van ons aan met nog een vuilniszak en een stuk drijfhout. We zompen door de kwelders van de Westpolder, in een oksel van de Ommelander Zeedijk. Normaal mogen we hier alleen het pad volgen dat stichting Het Groninger Landschap langs de kwelderrand heeft aangelegd. Vandaag gelden andere regels.

Een storm veroorzaakte aan dek van een vrachtschip een lawine van honderden containers, de inhoud ervan besmeurt de stranden van Waddeneilanden en de kusten van Groningen en Friesland. De storm treft geen blaam. De containers evenmin, dat zijn dode dingen, net als de meuk die erin zit. De kapitein, de reder, of wie maar de beslissing nam ondanks de storm uit te varen met een schip met twintigduizend containers aan boord mag zich dit aanrekenen, zonder twijfel. Of degenen die op het idee komen schepen te bouwen en te laten varen die twintigduizend containers kunnen vervoeren. Maar diegenen staan weer onder druk van de winkels, de markt, van degenen die vandaag bestellen en het morgen in huis willen hebben, van ons allemaal en dus ook van mij.

Door producten te kopen onderhoud ik een systeem dat dagelijks duizenden schepen vol containermeuk over de wereldzeeën jaagt, kwetsbare ecosystemen als het Waddengebied laat schampen of doorkruisen. Ik draai mee in de kringloop van wegwerpproducten, zelfs al doe ik mijn best mijn bijdrage tot het minimum te beperken. Eerder deze week hebben we de zolder opgeruimd. Gebruikte spullen in vuilniszakken gestopt die straks naar de vuilverbranding gaan. Er zat plastic kinderspeelgoed bij, spul van inferieure kwaliteit dat na twee keer spelen kapot was. Troep zoals nu op de Waddenstranden en -kwelders aanspoelt. Troep die in China liefdeloos in elkaar wordt geflanst, in zeecontainers hierheen wordt verscheept, in de troosteloze schappen van overbodige winkels belandt, op kinderfeestjes cadeau wordt gedaan door mensen die niet meer kunnen of willen besteden dan de veel te lage bedragen op de prijsstickers, troep die uiteindelijk na twee keer spelen kapot gaat en in een vuilniszak belandt. Doordat het overboord is geslagen, vallen uit deze keten van verspilling alleen de twee schakels van de winkelschappen en het kinderfeestje weg. In plaats daarvan ploeteren wij nu door het slijk van deze kwelder.

De buit bestaat voornamelijk uit nog meer piepschuim, lampen, vacuümzakjes. Twee identieke witte damessandalen met zilveren glitters, ook zonder slijk te lelijk om aan te trekken. Een linker en een rechter, allebei maat 41. Een klein wonder, maar niemand wordt er echt blij van. Duizenden, honderdduizenden korreltjes van plastic die tussen zeekraal en kweldergras blijven hangen, te klein en te talrijk om op te pakken, moesten we laten liggen.

Ik stop het niet terug in de vuilniszak maar neem het mee en spijker het op de schuur. Daar hangt het nu. Family.

Uit een van de vuilniszakken komt een houten kapstokje tevoorschijn. Het is gezaagd in de vorm van sierlijk bedoelde letters die een woord vormen. Family. Aan de achterkant zitten kleine haakjes om het mee op te hangen, aan de voorkant vier plastic knoppen. Zou ik het nieuw hebben gekocht, thuis in de gang aan de muur hebben geschroefd en er mijn winterjas aan hebben gehangen, dan zou of een van de haakjes, of de knop waaraan de jas het hebben begeven en kon het bij de eerstvolgende opruimronde de vuilniszak in.

Ik stop het niet terug in de vuilniszak maar neem het mee en spijker het op de schuur. Daar hangt het nu. Family. Om ons gezin eraan te herinneren dat we voortaan twee keer, drie keer nadenken voor we spullen kopen of bestellen. Om ervoor te zorgen dat we ons afvragen hoe het gemaakt is, waar het gemaakt is, hoe lang het mee zal gaan, hoe het verpakt en vervoerd is, of het ook anders kan. Of het geen containermeuk is.

Een klein beetje nadenken voor we op ‘bestellen’ klikken kan geen kwaad. Hebben we alles wat we willen echt nodig?

Wij?

Ik…

Flip Van Doorn

Flip notuleert.