Boekweit

Maïs. Die vermaledijde maïs. Waar ik maar kijk en manshoog. En dat terwijl ik op zoek ben naar boekweit. Een mooi, oud gewas, boekweit. Ooit kwamen Amsterdammers aan het einde van de zomer naar het Gooi om de weelde van de bloeiende akkers te zien. Vier gouden boekweitkorrels op een staalblauw veld sieren van oudsher het wapen van Hilversum, dat van Bussum telt er zelfs vijf.

Tot 1900 nam besloeg de boekweit alleen al in het Gooi meer dan een derde van het landbouwareaal, in goede tijden zelfs meer dan de helft. Het gedijde goed op de schrale zandgrond. Inmiddels is het gewas vrijwel helemaal van de Nederlandse akkers verdwenen.

Op de Naardereng, tussen HIMG_7128uizen en Naarden, zou nog wel een veldje boekweit te vinden zijn, zo heb ik mij laten vertellen. Glooiende akkers tussen plukjes bos. Kleinschalig, nostalgisch landschap waarover het Goois Natuurreservaat de scepter zwaait. Maar mijn wandeling draait uit op een teleurstelling. Hier en daar een groen weiland, een paar akkers waar het graan al is geoogst en verder maïs. En nog meer maïs. Muren van maïs. Dat is misschien wel het vervelendste. Ik kan er niet overheen kijken. Wanneer ik wandel wil ik kunnen zien waar ik ben, in wat voor gebied ik mij bevind. Het is steeds weer die vermaledijde maïs die me van het uitzicht berooft.

Het wapen van Hilversum in zakformaat.

Een hekel heb aan maïs heb ik niet. Op zich. Graag mag ik een maiskolf afkluiven, een zak nacho chips is in een oogwenk leeg. Hier en daar een strookje maïs vind ik werkelijk geen bezwaar. Wat me tegen de borst stuit zijn de ongelooflijke hoeveelheden die bezit hebben genomen van het Nederlandse landschap. Een uitwas van de intensieve veeteelt. Bijna alle snijmaïs verdwijnt in de hakselaar om vervolgens ingekuild te worden. Daar komt bij dat die maïs hier helemaal niet hoort. Het is een tropisch gewas.

Nee, dan de boekweit. Mijn zoektocht krijgt toch zijn beloning, aan de voet van het uitzichtpunt op de Eukenberg. Een paar stappen verder de oever van het Gooimeer, dat nog Zuiderzee heette in de tijd dat de boekweit hier gemeengoed was. In een veldje is een strook ingezaaid.

Witte en roze bloempjes dansen in de zomerbries. Rode stengels contrasteren mooi met groen blad. Sommige planten dragen al kleine, donkerbruine vruchtjes. Ik pluk er een paar, pel het velletje eraf. In mijn handpalm liggen vier gave, blanke korreltjes. Het wapen van Hilversum in zakformaat. Boekweit is geen graan, de korrels kan ik zo tussen duim en wijsvinger fijnwrijven.

Op de Aardjesberg, aan de rand van de Westerheide bij Hilversum, tref ik nog een boekweitakker. Ook van het Goois Natuurreservaat, ook in volle bloei. Er staat een hek omheen. Hangend over het hek bekijk ik het schamele restant van deze Gooise weelde. Met de boekweit bloeit ook de heide. Daar is nog genoeg van, dat wel.

Een man die voorbijloopt roept me toe dat het een mooi veldje is. Goed voor de vlinders, en voor de reeën. Een groep van wel twintig vogeltjes schrikt op uit het veld en vliegt weg. Ik zie lieveheersbeestjes over bladeren lopen, bijen van bloem naar bloem zoemen. Mijn laatste boterham met boekweithoning is lang geleden. 


IMG_7109Wanneer ik me in de boekweit verdiep, ontdek ik dat de de naam naar de beuk verwijst. De boekweitkorrel heeft dezelfde vorm als een beukennootje, vandaar. Maar ook blijkt de boekweit een exoot. Net als de maïs. Lang geleden naar deze contreien gehaald vanuit China, of het nabije Oosten.

De boekweit die zo’n stempel op het Gooi drukte blijkt geen haar beter dan de maïs. Een opdringerige, allesoverheersende exoot. En kijk nu. Zonder het Goois Natuurreservaat zou er waarschijnlijk in het hele Gooi geen boekweit meer te vinden zijn. Dat biedt dan wel weer de hoop dat het ook de maïs zo zal vergaan. Alleen hier en daar een veldje, in stand gehouden door een natuurbeschermingsorganisatie die ons een glimp wil tonen van de landbouw van vroeger. Ik kan niet wachten.

Flip Van Doorn

Flip notuleert.